Ecodriving 
Wat is ecodriving
We hebben veel gewoontes in het autorijden. De meeste daarvan zijn prima. Sommige zijn verouderd of niet optimaal. Ecodriving staat voor het rijden op een manier die aangepast is aan de moderne motortechnologie. Dit komt het milieu en de levensduur van de motor ten goede.
De mens is een gewoontedier. In het begin kost het dus zeker wat moeite om 'over te schakelen'. Na deze inspanning kruip je echter meer ontspannen achter het stuur en spaar je het milieu en je portemonnee! Je mag een gemiddelde brandstofbesparing van 10 procent verwachten (gemiddeld 150 euro per jaar), bij sommige chauffeurs zelfs tot 30 procent. Ecodriving verkleint ook je risico op de baan.
Vier basisprincipes...
1. Het allerbelangrijkste: vooruitzien!
De belangrijkste vaardigheid die je moet oefenen: je aandacht ver vooruit richten, en leren geduldig uit te bollen tot aan het obstakel. De koppeling laat je met rust. Je motor blijft dan met de wielen verbonden zodat je op dat moment 0 l/100 km verbruikt. Je auto zal langzaam vertragen en bolt veel verder dan je denkt, en in de meeste gevallen verlies je geen seconde. Heel af en toe ben je inderdaad iets langzamer, maar daar tegenover staat veel minder verbruik en slijtage en meer veiligheid. obstakel. Als de weg ondertussen vrij is, kun je gewoon weer gas geven en verder rijden. Moet je blijven vertragen, en daalt het toerental van je motor tot net boven het stationaire toerental (ongeveer 1100 à 1200 tr/min), dan moet je terugschakelen naar de juiste versnelling. Maar dat hoeft pas wanneer je weer wilt accelereren. Moet je toch remmen, doe dat dan met de rem. Zo zien je achterliggers je remlichten!
2. Ontkoppel niet te snel
Veel mensen drukken eerst het koppelingspedaal in bij het remmen. Deze gewoonte is heel begrijpelijk: niemand valt graag stil tijdens de rijlessen. Maar het is nu tijd om dit weer af te leren. Als er geremd moet worden, moet er geremd worden. Niets anders! Dus meteen rem indrukken met de rechtervoet, die toch al boven de rem hing! Net voor het stationaire toerental bereikt wordt, druk je het koppelingspedaal in om te voorkomen dat je motor stilvalt.
3. Rij met een laag toerental
Moderne automotoren zijn ontworpen voor lage toerentallen. Een laag toerental betekent minder verbruik, minder slijtage, minder lawaai, minder trillingen en minder stress. We kunnen de motor met een laag toerental laten draaien door vroeg op te schakelen. Een algemene vuistregel bij personenauto’s is : bij dieselmotoren schakel je tussen de 1500 en de 2000 toeren, bij benzinemotoren tussen de 1800 en de 2500 toeren.
4. Kies de juiste snelheid
De impact van je snelheid op het verbruik van je wagen is enorm groot. Hoe sneller je rijdt, hoe groter je verbruik (dat verbruikt piekt enorm bij elke snelheidsstijging boven de 100 km/u.) Kies dus voor een lagere snelheid als de verkeersomstandigheden het toelaten. Wie op de autosnelweg 110 km/u rijdt in plaats van 120 km/u bespaart al snel 1 l per 100 km en is amper een paar minuutjes later op z'n bestemming. Je kunt het gewoon elke rit opnieuw overwegen: kan het zuinig, of moet het die paar minuten sneller? Aan jou de keuze!
En een pak tips voor de gevorderden
- Hou je bandenspanning op peil. Elke maand. Elke band verliest maandelijks ongeveer 0,15 bar. Dit is al voldoende om het verbruik van een gemiddelde bestuurder met tientallen liter benzine per jaar op te drijven. De juiste bandenspanning vind je op een plakkaatje aan de binnenkant van het brandstofklepje, en anders aan de binnenkant van je linker voordeur, of in zeldzame gevallen de rechter voordeur. Deze waarde is eigenlijk een minimum. Het is veel beter zo'n 10% meer op te pompen, bv. 2,5 bar ipv. 2,2. In de loop van de maand verlies je dit toch weer. Nog een laatste weetje: klapbanden ontstaan niet door teveel spanning, maar eerder door te weinig,
- Als de motor nog koud is, verbruikt deze veel en is hij kwetsbaar. Dat komt omdat de olie nog koud is en daardoor niet vloeibaar genoeg. Dus vermijd je best hoge toeren, en geef je niet veel gas. Je moet de motor ook niet eerst laten warmdraaien want dat is pure verspilling. Rijd gewoon onmiddellijk rustig weg. Dit betekent ook: als je je auto moet omdraaien, doe je dat beter 's avonds bij het thuiskomen. Dan is je motor warm. Bovendien moet je dan niet manoeuvreren met aangedampte ruiten. Daarom ook ... kies je fiets of ga te voet voor korte trajecten,
- Bagage bovenop of achteraan je voertuig jagen je verbruik de hoogte in,
- Je motor afzetten is al zinvol vanaf 30 seconden stilstaan,
- Een open raampje kost je 5% meer brandstof. Een airco al snel 10%,
- Verwijder onnodige bagage uit je voertuig. Meer gewicht betekent een hoger verbruik,
- Stippel je weg vooraf uit, zodat je geen nodeloze omwegen hoeft te maken,
- Rij zo weinig mogelijk in de stad: je auto verbruikt er gemiddeld dubbel zo veel als op de snelweg,
- Parkeer je wagen in de rijrichting waarin je weer zult wegrijden: vermijd onnodig manoeuvreren met een koude, vervuilende motor,
- Noteer je brandstofverbruik of gebruik een boordcomputer : opvolgen van je verbruik geeft zicht op het resultaat van je aangepaste rijstijl.
Wie is ROB?
Geef de ROB-sticker een plaatsje op je wagen. Zo weet iedereen het meteen: ik ben ROB, ik ben Rustig Op de Baan. Ik ben voor een veiliger verkeer en voor een betere leefomgeving. Je kunt je sticker bestellen op deze website van de Vlaamse overheid of via het gratis infonummer 1700. Ook aan de onthaalbalie van ons gemeentehuis zijn steeds een aantal stickers beschikbaar.
Meer info
Surf naar www.ecolife.be/ecodriving of www.ikbenrob.be.
