Het Hellegatbos duidt het bosgebied aan dat de top en de noordelijke en
westelijke flanken van de Rodeberg bedekt. De naam verwijst naar een diep
‘ravijn’ onderaan de heuvelflank (het ‘gat in de helle’; ‘helle’ betekent
‘heuvel’).
Bovenaan de berg treft men droge zandgronden aan. Hier overheersen Lork en Den.
Op de flanken vertoont de vegetatie meer variatie. Vooral in het voorjaar zorgen
Bosanemoon en Wilde hyacinten voor een tapijt van witte en blauwe tinten. Nog
lager, aan de voet van de berg, dagzoomt een dikke kleilaag waaruit diverse
bronnen ontspringen. Karakteristieke planten vormen hier Dotterbloem,
Reuzenpaardenstaart en Daslook.
In het terrein werden ruim 2 km wandelpaden uitgezet. Verspreid over het gebied
zijn ook heel wat banken neergezet. Een deel van het gebied is ook als speelbos
ingericht.